eSocialWork

sociaal gaat digitaal



Home / afgerond onderzoek

afgerond onderzoek


afgerond onderzoek

2016

Vroeginterventie bij riskant en problematisch gamegedrag

Type Project: PWO
Periode: September 2014 – September 2016

empe_esw_g4sp1.jpgDit project focust zich op de ontwikkeling van methoden en strategieën voor vroeginterventie bij problematisch internetgedrag van jongeren, waarbij we gebruik maken van het internet en specifiek via de inzet van diverse sociale media.

Lopend onderzoek en de maatschappelijke trend tot intenser internetgebruik voorspellen immers een toenemende vraag naar ondersteuning bij het risico op internetverslaving. empe_esw_g4sp2.jpgWanneer preventieve initiatieven niet meer afdoende zijn en gespecialiseerde hulpverlening nog niet geïndiceerd is, kan vroeginterventie bij jongeren met het risico op verslaving een bruikbare hulpverleningsvorm betekenen.

Momenteel is de implementatie van dergelijke vroeginterventie bij problematisch internetgedrag beperkt en bestaan er derhalve ook nog weinig methodologisch onderbouwde acties voor.

Meer info:

Onderzoeksrapporten
website: www.gamewijs.be

2014

iBit

Type Project: PWO
Periode: 2012-2014

Purpose
The Catholic University College Limbourg (KHLim) is finishing a 2-year research project (2012-2014) on the implementation and evaluation of social media used in interventions with youngster in (residential) youth care. The focus lies on two research questions: (1) what’s the best strategy to implement new (internet based) methods in social work practice? and (2) does implementation and use of social media ameliorates the relationship between the social educator and the youngster and their does it change their satisfaction of support?

Methods
An implementation guide was outlined using an international literature research in combination with a participatory traject in which online methods were implemented in the participating organization (Sporen vzw). The guide was peer reviewed by several national and international eHealth-experts. The second question was answered by using a pre-posttest design processing semi-structured interviews in which social educators and their youngsters evaluated the methods and both effects on satisfaction and relationship were studied.

Results
All of the respondents see a potential for specific groups of youngsters who will benefit from using social media in their digital guidance process. Some of the respondents explicitly mention the importance to combine online tools with face-to-face counselling (blended counselling). A group of youngsters perceive no specific added value for themselves.

Conclusions
Confronted with digital natives the Internet provides organizations in special youth care with huge potentials (Van Hecke, 2012). Main conclusion of our research will be that we can no longer ignore the Internet and social media as being an integral part of our professional toolkit, but in need of more exploration. Attitudes and skills of the social educator remain most important, but the best fitting online tool at the right time can facilitate individual coaching! Tools should be user friendly and should be used in a ‘coaching’ environment. Technical isues can impede use.

2012

HefboomprojectZorg2.0

Achtergrond

Termen als ‘vraagsturing’, ‘zelfsturing’, ‘ondersteuning’ en ‘empowerment’ krijgen in de missies van alle hulpverleningsorganisaties een plaats. Het waarmaken hiervan vormt, naast andere gangbare problemen als te weinig zorgcapaciteit en bezuinigingen, dé actuele uitdaging aan deze organisaties. Dat ICT en specifiek internet, met een wat ruimere term aangeduid als eHealth, hier een dankbaar antwoord op kunnen bieden is momenteel nog weinig tot niet doorgedrongen, zeker niet in Vlaanderen. Nochtans hebben nieuwe media het potentieel in zich deze termen mee ‘body en inhoud’ te geven. Men spreekt in deze vaak over Zorg 2.0 of Participatory Healthcare. Zo toont Timmer (2010) aan dat eHealth interventies mogelijkheden creëren om op alle vier de aspecten van empowerment (zelfbeschikking, partnerschap, verantwoordelijkheid en samenwerking) van de cliënt een positieve invloed te hebben. In Nederland zien we momenteel dan ook veel beweging rond dit thema. Er ontstaan heel wat (informele) bewegingen die allen de 2.0 gedachte hoog in het vaandel dragen. Deze gedachte gaat over meer dan het gebruik van nieuwe media (veelal web 2.0), het draait om participatie en communicatie tussen cliënt en hulpverlener, eventueel mee ondersteund door internettechnologie. Het gaat over vernieuwing brengen in de hulpverlening.

In een antwoord op een schriftelijke vraag hierover aan het VAPH staat dat ‘momenteel het VAPH niet actief bezig is met het gebruik van internet in de voorzieningen en de inpassing in de begeleidingsmethodes, niettemin zou dit uiteraard ook voor de VAPH-voorzieningen een werkspoor kunnen zijn (Theunis, persoonlijke communicatie, 5/12/11)’.

Hoofddoelstelling

De integratie van de hele idee rond zorg 2.0 in organisaties die vallen onder het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH), binnenbrengen en verder ondersteunen.

Vooronderzoek binnen een hefboomproject: hierin doen we een bevraging (nog verder af te lijnen onder welke vorm vb. schriftelijke enquêtering of de opzet van provinciale focusgroepen) om het terrein te verkennen op vlak van de inzet van internettechnologie binnen het hulpverleningsaanbod in VAPH organisaties.

2011

Onderzoeksproject E-communIC@Tion 4 schools 2 parents/EcommunIC@Tion 4 socialwork (verderzetting):

Het project is bedoeld om op een wetenschappelijke manier te achterhalen hoe ouders denken over de communicatie vanuit scholen en voorzieningen en in welke mate moderne e-communicatiemiddelen hier een bijdrage toe kunnen leveren.  De studenten van vorig academiejaar maakten een overzicht van mogelijke e-communicatiemiddelen in communicatie met ouders. We willen nagaan hoe ouders de inzet hiervan waarderen.  Daartoe willen we een online enquête opzetten maar ook proberen een aantal papieren enquêtes te verspreiden.  Voor de voorzieningen spreken de studenten hun voormalige stageplaatsen aan en proberen we nog enkele bevriende organisaties te motiveren om mee te werken.  De studenten van vorig academiejaar maakten een overzicht van e-communicatiemiddelen, de studenten van dit nieuwe vervolgproject wordt gevraagd dit overzicht te actualiseren en onder de vorm van een gids uit te werken die scholen en voorzieningen kunnen gebruiken wanneer ze via een digitale manier aan de slag willen in de communicatie met ouders.

Voor het uitgebreide onderzoek wordt u graag doorverwezen naar volgende website: http://www.khlim.be/pagina/e-communication-leonardo-nederlands, onder het onderwerp onderzoek werkjaar 2011-2012. Het gehele project vindt men ook hier.

 

Onderzoeksproject naar de socialiserende mogelijkheden van het internet voor volwassen personen met een beperking of handicap:

“Het internet maakt ons a-sociaal”. Dat deze uitspraak zeker niet waar is bewijzen het groot aantal Facebookgebruikers of het aantal Twitterberichten dat dagelijks cyberspace in worden gestuurd. We geven hierbij wel toe dat het over een andere vorm van sociaal zijn kan gaan, maar toch. Het internet reikt ons verschillende mogelijkheden aan om online met andere mensen om te gaan. Allemaal vormen van sociaal contact maar dan mogelijk gemaakt langs het internet.

Maar nog meer voor mensen met een beperking of handicap houdt het internet ongekende mogelijkheden in. Futurist Marcel Bullinga stelt gehandicapten de winnaars zijn van de digitale revolutie. Denk maar aan mensen die omwille van beperkte mobiliteit niet buitenhuis kunnen komen. Het internet biedt hen een mogelijkheid om dat online wel te doen. Of aan mensen met beperkte communicatiemogelijkheden (vb. autismespectrumstoornissen) waar het internet allerlei applicaties aanbiedt om ‘anders’ te communiceren. Ook hier zijn de mogelijkheden onbeperkt, mits enige creativiteit.

Met dit project willen we de socialiserende mogelijkheden van het internet voor volwassen personen met een beperking of handicap verder verkennen en illustreren. Hoe kan het internet bijdragen aan het uitbreiden van het netwerk van personen met een beperking? Immers, één van de domeinen die belangrijk zijn in de dagdagelijkse ondersteuning van de sociaal werker is het uitbreiden van het netwerk van de cliënt, en ook hier heeft een internet zijn mogelijkheden.

Dit project wil in eerste instantie ondersteuners van personen met een verstandelijke beperking handvatten bieden om vanuit hun ondersteunende rol ook de mogelijkheden van het internet te leren benutten of te ondersteunen op vlak van netwerkvorming. Als eindproduct willen we komen tot een soort inspiratiegids waar voor verschillende vormen van netwerkvorming één (of enkele) online mogelijkheden worden voorgesteld en concreet worden geïllustreerd (hoe begin je er aan, welk stappenplan volg je, wat is de rol van de begeleider, wat zijn de risico’s, tips, …). De weg er naar toe gaat enerzijds over de verkenning van de netwerknoden van een volwassen persoon met een beperking en anderzijds over het zoeken naar hiervoor bruikbare online tools. Deze tools worden ook getest bij de doelgroep. Het gerealiseerde materiaal wordt verspreid via de expertisecel eSocialWork.

Het projectboek: Maakt internet ons asociaal? Online hulpverlening voor het uitbreiden van netwerken bij personen met een verstandelijke beperking vindt men hier.

 

Onderzoeksproject e-integratiepakket i.s.m. Link in de Kabel (wordt opgestart in het tweede semester):

We willen jongeren die op de drempel staan om (terug) in de maatschappij te integreren ondersteunen en wegwijs maken in het gebruik van ICT die hun (re)integratie kan bevorderen. Concreet denken we hierbij aan een “e-integratiepakket” dat de jongeren via begrijpelijke, korte instructies op weg helpt in relevante online contexten bv. het zoeken naar werk, het gebruik van openbaar vervoer, het zoeken van huisvesting, het aanvragen van online documenten, …

 

2010

Onderzoeksproject E-communIC@Tion 4 schools 2  parents/EcommunIC@Tion 4 socialwork:

Voor de academiejaren 2010-2012 werd door de Europese Gemeenschap Leonardo da Vinci een LLP project goedgekeurd voor KHLim dept SAW rond e-Communication. 9 partners uit 7 verschillende landen denken gedurende twee jaar na over de mogelijkheden om digitale communicatie te introduceren in scholen aanvullend bij face to face contact. Meer informatie over dit Europees project vindt men hier.

– Binnen dit project gebeurde een eerste onderzoek door studenten 3BaO waarbij ze scholen bevroegen over hun inzet van internettechnologie in de communicatie naar ouders. De resultaten hiervan vindt men hier.

– Collega Gielen schreef de eerste resultaten neer in dit artikel dat verscheen in het tijdschrift Sociaal.
Referentie: Gielen,G. (2011). E-communIC@Tion4socialwork. Sociaal, 03, maart 2011, 09-13.

– Ondertussen startte een nieuw studentenproject dat de nood en beleving van de ouders van online communicatie zelf bevraagt. De resultaten worden weldra ook bekend gemaakt.

eSocialWork is in het Europese onderzoek betrokken door deelname aan de uitwisseling. Verder ondersteunt de expertisecel het theoretische luik van het studentenproject.

 

Opnamevoorbereidende ondersteuning via online hulpverlening voor jongeren met een verslavings- en psychiatrische problematiek

Dit is een studentenproject 3BaO waarvan het projectboek hier te raadplegen valt.

Samenvatting :
De maatschappij staat niet stil. Techniek en informatica zijn begrippen die in onze huidige wereld niet meer weg te denken zijn. In vele sectoren gebruikt men het internet om het werk te vergemakkelijken. Ook de sociale sector kan niet meer achterblijven. Is online hulpverlening de toekomst?!

Voor dit project werd ons gevraagd om een manier te bedenken om via het internet te communiceren met jongeren en hun ouders die zich in het ondersteunend voortraject bevinden. Dit wil zeggen de jongeren die wachten op een opname binnen Pathways, na het intakegesprek. Ook is het de bedoeling om met hun ouders gedurende dit traject in contact te komen. Het is dus niet de bedoeling om enige kennis te verkrijgen over het druggebruik of andere problemen. Voordat de jongeren opgenomen kunnen worden binnen Pathways dient men aan twee vereisten te voldoen. De jongeren moeten een verslavingsprobleem hebben en te maken hebben met een psychiatrische problematiek.

Dit projectboek bestaat uit twee verschillende delen. In deze twee delen beschrijven we enkele relevante theoretische kaders en het uiteindelijke resultaat van dit beroepsproduct.
In deel één worden de verschillende theorieën beschreven. Deel één bevat informatie over Pathways en hun visie op druggebruik, theorie over algemene ontwikkeling van jongeren, informatie over de meest voorkomende drugs en psychiatrische ziektebeelden, het ondersteunend voortraject, theorie over online hulpverlening en de deontologische code. Ook het onderzoek naar verschillende netwerksites wordt in dit deel besproken. We eindigen met een kritische reflectie.
Om van start te kunnen gaan wordt in hoofdstuk één van dit deel enige informatie over de afdeling Pathways en hun visie op druggebruik beschreven. We vinden het belangrijk om over enige achtergrondinformatie te beschikken betreffende hun visie, opdracht en werking.

Gedurende het gehele project spelen jongeren een hoofdrol. We achten het belangrijk om een beeld te schetsen van hun algemene ontwikkeling. Het denken van jongeren verschilt immers met de denkwijze van volwassenen. Om deze reden wordt de algemene ontwikkeling van jongeren weergegeven in hoofdstuk twee.
Bij jongeren spelen leeftijdsgenoten een grote rol. De leeftijdsgenoten hebben een belangrijk aandeel in de ontwikkeling van de persoonlijkheid, het zelfbeeld en de identiteit van jongeren. Tijdens deze periode kunnen ook psychische moeilijkheden ontstaan. Om deze reden is het als toekomstige begeleiders belangrijk om weet te hebben van deze psychische moeilijkheden om hier op een gepaste wijze op te kunnen reageren. Ook voor ouders blijft een puberende zoon of dochter een moeilijk gegeven. Jongeren verzetten zich tegen gezag, populariteit is zeer belangrijk en de grenzen van seksualiteit worden afgetast. De vraag of deze ontwikkeling hetzelfde verloopt als de virtuele ontwikkeling wordt tevens in dit hoofdstuk beantwoord.

De twee noodzakelijke vereisten, vooraleer een opname mogelijk is, zijn het hebben van een verslaving en de aanwezigheid van een psychiatrisch ziektebeeld. Om het gedrag van personen met een drugs- en psychiatrische problematiek te kunnen begrijpen vinden we het belangrijk om hier eerst enige informatie over te verzamelen. De meest voorkomende drugs en psychiatrische ziektebeelden worden om die reden besproken. In hoofdstuk drie wordt beschreven welke effecten, risico’s en gevolgen deze drugssoorten hebben. Ook de gevolgen voor de omgeving en de verschillende manieren van aanpak worden hier beschreven.

Ons onderzoek betreffende psychiatrische ziektebeelden wordt in hoofdstuk vier beschreven. Eerst geven we een uitgebreide definitie van het woord ‘psychiatrisch ziektebeeld’. Hierop volgend komen de ziektebeelden aan bod die in Pathways het meest voorkomen. Omdat de jongeren in Pathways zowel te kampen hebben met een psychiatrische- als met een drugsproblematiek hebben we onderzoek verricht naar de comorbiditeit hiervan. Tenslotte geven we een overzicht van de behandeling van druggebruik in combinatie met psychiatrische problemen.

Wanneer beide vereisten aanwezig zijn, bestaat de mogelijkheid om opgenomen te worden binnen Pathways. Onze opdracht bestaat erin, de wachttijd tussen het intakegesprek en de eigenlijke opname op een nuttige manier te overbruggen door het gebruik van online hulpverlening. Deze periode hebben wij het ‘ondersteunend voortraject’ genoemd. De inhoud en de betekenis van dit traject wordt duidelijk in hoofdstuk vijf. Tenslotte leggen we in dit hoofdstuk de theorie uit rond preventief werken en het werken met een preventiepiramide.

De ondersteuning die we bieden gedurende het ondersteunend voortraject is een vorm van online hulpverlening. Online hulpverlening was voor ons een heel nieuw gegeven met weinig bekendheid. Hierdoor ontstond voor ons een zoektocht naar de verschillende vormen van online hulpverlening en de voor- en nadelen ervan. Het is ook belangrijk om te weten welke vaardigheden een begeleider moet bezitten om online hulpverlening te kunnen bieden. In Nederland is de bekendheid rond online hulpverlening veel groter. Om die reden hebben we drie organisaties in Nederland bezocht om een ruimer beeld te krijgen van online hulpverlening.
Daarnaast is verbinding maken met jongeren op afstand niet eenvoudig. Daarom hebben we in ons project beschreven waarom het noodzakelijk is om met de jongeren een vertrouwensband op te bouwen en hoe dit kan gebeuren. Dit alles wordt beschreven in hoofdstuk zes.

Met al deze kennis en achtergrondinformatie zijn we ons onderzoek naar verschillende netwerksites en applicaties gestart. We hebben deze gezocht aan de hand van de doelstelling van dit project, namelijk contact maken met jongeren die opgenomen zullen worden en hun ouders. Dit onderzoek is terug te vinden in hoofdstuk zeven.
Pathways hecht veel belang aan het beroepsgeheim en anonimiteit bij het bieden van online hulpverlening. Om deze reden wordt een definitie van het beroepsgeheim gegeven alsook de deontologie bij online hulpverlening. Het eerste deel eindigt met een kritische reflectie.

In het tweede deel beschrijven we de realisatie van al onze kennis in de praktijk. Het betreft de implementatie van onze kennis, de visie van Pathways en de uitgewerkte netwerksites en applicaties voor de afdeling Pathways. De projectindiener verwachtte dat we onderzoek deden naar verschillende online mogelijkheden zodat de begeleiders van Pathways in de toekomst een keuze kunnen maken tussen het oneindige aanbod. In dit deel laten we u kennismaken met de uitwerking van ons product. Dit deel eindigt opnieuw met ons besluit.